|
Al lang, sinds
1973, ben ik constant in mijn werkwijze. Deze constante toon
bepaalt de richting in mijn werk. Ogenschijnlijk altijd
hetzelfde en toch steeds anders. De vorm in mijn schilderijen
is eenvoudig en helder, bijna gebouwd zoals in architectuur.
De kleur daarentegen is duister en intuitief en moet in mijn
ogen een zekere sombere pracht bezitten. Deze verzadigde
kleur tast de heldere vorm aan. Die tegenstelling van heldere
vorm en duistere kleur is een ambivalentie en is mij
dierbaar.
Het gaat mij niet
om een kunst die een schilderkunstig gegeven ten einde denkt,
maar om een existentieel levensgevoel tot uitdrukking te
brengen. Kunst moet door het subject heen; niet door een
gedachte. Je vertrekt vanuit het subjectieve; wat jou is
overkomen is jouw subject. Voor mij is kunst een
transformatie naar het objectieve, zodat ook de toeschouwer
het gevoel krijgt dat het zo is; dat het waar is. Een
inhoudelijke abstractie, zonder het gevoel dat er iets achter
de dingen verborgen is. De kleur is al geheimzinnig genoeg,
zoals de wereld van de verschijnselen dat
is.
|
|